Franse brioche

De eerste keer dat ik brioche proefde, had ik net mijn middelbare schooldiploma op zak. Ik zou Frans gaan studeren in Amsterdam en om de taal te oefenen, logeerde ik in de zomervakantie bij de zus van mijn Franse tante. Bij haar thuis proefde ik dat cake-achtige brood. Dat was voorverpakte brioche uit de supermarkt, maar die versie vond ik al heerlijk. Een laagje chocopasta erop en het was een taartje.

Nu heb ik mijn eerste brioche zelf gebakken. En dat is makkelijker dan je denkt. Je hebt er wél de tijd voor nodig. Want als je het deeg gekneed hebt, moet het een uur rijzen en dat proces herhaalt zich nog een keer. Ik heb de brioche dus op een zondag gemaakt. Dat je tussen allerlei andere dingen door een beetje deeg kneed, is prima te doen. En dan ben je maandagochtend blíj! Un petit café erbij en dan is het nog nét een beetje weekend.

Dit heb je nodig voor 1 brioche:

    • 300 gr bloem
    • 1 zakje gist (7 gr)
    • mespunt zout
    • 1 el poedersuiker
    • 150 gr roomboter, zacht
    • 3 eieren, op kamertemperatuur
    • 100 ml lauwe melk

Zo maak je Franse brioche
Meng de bloem, gist, zout en poedersuiker in een kom.

Doe daar de boter bij. Meng het goed door elkaar. Voeg dan de eieren en de melk toe en kneed het deeg zo’n 15 minuten lang. Het is heel zacht en plakkerig. Ik deed het met de hand; natuurlijk kun je hiervoor een machine met deeghaken gebruiken.

Dek de kom af met een schone theedoek en zet het deeg 1 uur weg op kamertemperatuur.

Vervolgens kneed je het deeg opnieuw. Dan maak je het extra luchtig. Weer zo’n 5 à 10 minuten. Zet het opnieuw een uur weg. Het deeg moet daarna in volume verdubbeld zijn.

Verwarm de oven op 180 graden. Vet een bakvorm in; ik gebruike een cakeblik.
Bak de brioche zo’n 30 minuten in een voorverwarmde oven.

BEKIJK OOK > het recept voor tôt fait. Deze luchtige Franse cake staat met een kwartiertje in de oven.